
Rekenen
In de
periode tot het derde rapport leren we plussommen tot de 1000 uitrekenen in
kolommen.
Ook krijgen we nu voor het eerst deelsommen met rest.
We rekenen deelsommen uit met blokjes.
Een voorbeeld: 31 : 5 =?
Om dit uit te rekenen nemen we 31 blokjes die we gaan verdelen over 5 groepjes.
In elk groepje komen 6 blokjes en we houden er 1 over.
We leren hoe je grote keersommen kunt splitsen.
Bij voorbeeld:
Hoe reken je uit: 4 x 15? Hoe reken je uit: 3 x 36?
4 x 10 = 40 3 x 30 = 90
4 x 5 = 20 3 x 6 = 18
Dus: 4 x 15 = 60 Dus: 3 x 36 = 108
TIP voor OUDERS
Klokkijken
Op internet zijn veel spelletjes te vinden die ondersteuning bieden bij het leren klokkijken.
Zoek via Google naar “klokkijken leren” en u heeft ze voor het uitkiezen.
Tafels
Zo kunt u uw kind helpen met tafels oefenen:
Maak elke dag samen een paar tafelsommen.
Maak samen flitskaartjes: met voorop de som en achterop het antwoord.
Maak samen tafelsommen met voorwerpen in huis, bijvoorbeeld 3 groepjes van 6 suikerklontjes zijn 18 suikerklontjes.
Gooi met twee dobbelstenen en maak hier een tafelsom van.